WIPO Arbitration and Mediation Center

UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER

RDW v. Domains By Proxy, LLC / Marco Nieuwenhuizen

Zaaknr. DNL2015-0001

1. Partijen

Eiser is Dienst Wegverkeer uit Zoetermeer, Nederland, vertegenwoordigd door Houthoff Buruma, Nederland (“Eiser”).

Verweerder is Domains By Proxy, LLC uit Scottsdale, United States of America / Marco Nieuwenhuizen uit Amsterdam, Nederland (“Verweerder”).

2. De Domeinnaam

De onderhavige domeinnaam <rdwbpm.nl> (de “Domeinnaam”) is geregistreerd bij SIDN via GoDaddy.com, LLC (de “Registrar”).

3. Geschiedenis van de Procedure

De Eis is aanvankelijk ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Instituut”) op 6 januari 2015. Het Instituut heeft op 6 januari 2015 per e-mail een verificatieverzoek aan SIDN gestuurd met betrekking tot de Domeinnaam. In antwoord hierop heeft SIDN op 12 januari 2015 bevestigd dat Domains By Proxy, LLC geregistreerd staat als de domeinnaamhouder en heeft SIDN de contactgegevens van de Verweerder overgelegd. Het Instituut heeft op 13 januari 2015 per e-mail een verzoek voor verdere verficatie van de daadwerkelijke domeinnaamhouder aan de Registrar gestuurd. In antwoord hierop heeft de Registrar op 14 januari 2015 per e-mail de domeinnaamhouder en zijn contactgegevens vrijgegeven die verschillen van in de aanvankelijk ingediende eis genoemde verweerder. Op 15 januari 2015 heeft het Instituut deze informatie per e-mail aan Eiser verschaft en hem verzocht de eis aan te passen, zodat deze is gericht tegen Verweerder. In antwoord op deze melding van het Instituut, heeft Eiser op 16 januari 2015 een aangepaste eis ingediend (de “Eis”).

Het Instituut heeft vastgesteld dat de aangepaste Eis voldoet aan de formele vereisten van de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen (de “Regeling”).

Overeenkomstig de artikelen 5.1 en 16.4 van de Regeling heeft het Instituut de Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Eis en is de procedure op 19 januari 2015 aangevangen. In overeenstemming met artikel 7.1 van de Regeling was de laatste datum voor het indienen van het Verweerschrift 8 februari 2015. De Verweerder heeft geen Verweerschrift ingediend. Dienovereenkomstig deelde het Instituut op 9 februari 2015 mee dat de Verweerder in gebreke was gebleven.

Het Instituut heeft Remco M. R. Van Leeuwen op 24 februari 2015 benoemd als Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter stelt vast dat de Geschillenbeslechter correct is benoemd. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het Instituut overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 9.2 van de Regeling.

4. Feitelijke Achtergrond

Eiser is een publiekrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht die in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als “RDW”. Eiser is een publieke dienstverlener in de mobiliteitsketen en heeft onder meer wettelijke taken op grond van artikel 4a Wegenverkeerswet 1994 op het gebied van toelating van voertuigen en onderdelen daarvan, toezicht en handhaving, registratie, informatieverstrekking en documentafgifte. Eiser voert de wettelijke taken uit om het Nederlandse wegverkeer zo veilig en geordend mogelijk te laten verlopen. In Nederland staat Eiser onder meer bekend om het kentekenregister en de APK keuring. Eiser verleent haar diensten al 60 jaar onder de naam “RDW” in Nederland, welke naam zeer grote bekendheid geniet. Eiser is derhalve een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon die duurzaam aan het maatschappelijk verkeer deelneemt onder de naam “RDW”, als bedoeld in artikel 2.1 sub a van de Regeling.

Eiser beroept zich in deze procedure op de naam en de handelsnaam RDW alsmede op haar Benelux (beeld)merk dat op 3 februari 1994 is gedeponeerd en is ingeschreven onder nummer 0546412 (het “Merk”).

De Domeinnaam staat in de WhoIs database van SIDN op naam van Domains By Proxy geregistreerd. Domains by Proxy is een zogenaamde privacyserver die is verbonden aan Registrar, zij zorgt ervoor dat in de WhoIs database haar contactgegevens worden vermeld in plaats van de persoonlijke contactinformatie van de daadwerkelijke (materiële) houder van de domeinnaam. De gegevens van de daadwerkelijke (materiële) houder van de domeinnaam zijn in de onder 1 genoemde e-mail van Registrar d.d. 14 januari 2015 aan het Instituut medegedeeld en vervolgens op 15 januari 2015 door het Instituut aan Eiser. In het navolgende zal de Geschillenbeslechter er dan ook van uitgaan dat de heer Marco Nieuwenhuizen de (materiële) Verweerder is, zoals ook weergegeven in de Eis.

De Domeinnaam is namens Verweerder geregistreerd op 28 september 2014.

5. Stellingen van Partijen

A. Eiser

Verwarringwekkende overeenstemming

Eiser stelt dat de Domeinnaam verwarringwekkend overeenstemt met haar naam en handelsnaam “RDW”. De naam/handelsnaam “RDW” is geïncorporeerd in de Domeinnaam, waarbij het element “RDW” dominant is. Het element “RDW” is in de Domeinnaam voor het element “BPM” geplaatst en dit laatste element neemt de verwarring niet weg, nu het beschrijvend is voor de afkorting “belasting van personenauto's en motorrijwielen”.

Door de toevoeging van het element “RDW” wordt de verwarring zelfs vergroot, aldus Eiser. Dit omdat de toevoeging “BPM” (net als Eiser) verband houdt met het Nederlandse wegverkeer. Daarbij gebruikt Verweerder het Merk op haar website, waardoor de Domeinnaam eerder wordt geassocieerd met Eiser.

Voorts is Eiser geconfronteerd met klachten van gedupeerde bezoekers van de website van Verweerder, waaruit volgt dat daadwerkelijk sprake is van verwarringwekkende overeenstemming. Deze bezoekers melden dat zij betaald hebben voor de door Verweerder aangeboden diensten, waarna zij niet meer van Verweerder mochten vernemen. Daarop namen de bezoekers contact op met Eiser, omdat zij ten onrechte in de veronderstelling verkeerden dat de website waarnaar de Domeinnaam leidt toebehoorde aan Eiser.

Geen recht of legitiem belang bij de Domeinnaam

Eiser stelt dat Verweerder geen eigen (merk- of handelsnaam)rechten heeft op de naam ”RDW”. Evenmin heeft Verweerder volgens Eiser een legitiem belang bij de Domeinnaam, hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat Verweerder de Domeinnaam gebruikt voor het aanbieden van een commerciële dienst. Op de website waarnaar de Domeinnaam leidt biedt Verweerder aan tegen betaling een BPM aangifte te verzorgen.

Eiser stelt onder verwijzing naar haar producties dat Verweerder op de website waarnaar de Domeinnaam leidt stelt erkend te zijn door Eiser. Op de website is duidelijk vermeld “RDW erkende BPM aangifte-service” en wordt op meerdere plaatsten vermeld dat Verweerder is erkend door Eiser. Verweerder is echter niet erkend door de RDW, hetgeen ook blijkt uit het feit dat onderaan de website in kleine letters wordt vermeld “RDWBPM is op geen enkele manier verbonden aan de Rijksdienst voor wegverkeer”Deze zin neemt de schijn van een relatie tussen Eiser en Verweerder niet weg, nu de zin is opgenomen onderaan de website en de bezoeker derhalve helemaal naar beneden moet scrollen ten einde de zin waar te nemen en de zin is weergegeven in een klein lettertype.

Voorts zijn op de website berichten van vermeende klanten te vinden, waarin wordt vermeld dat de klant na een tip van een medewerker van Eiser op de website van Verweerder terecht is gekomen. De medewerkers van Eiser verwijzen echter geen personen door naar de website van Verweerder. Eiser vermeldt zelfs op haar website dat zij niet kan helpen met vragen over de BPM en zij verwijst in dat kader naar de website van de Belastingdienst.

Ook in dit kader wijst Eiser erop dat klanten van de website van Verweerder contact hebben opgenomen met het callcenter van Eiser met klachten dat zij geld hebben overgemaakt en vervolgens niet meer hebben vernomen van Verweerder. Deze klanten verkeerden in de veronderstelling dat Verweerder was gelieerd aan Eiser, waardoor Eiser op ongewenste wijze wordt geassocieerd met oplichting.

Voorts zijn door vermeende klanten berichten geplaatst op de website, van welke berichten de datum verandert naar gelang het bericht op een andere datum wordt bezocht, hetgeen de stelling ondersteunt dat geen diensten worden aangeboden in de zin van art 3.1 sub a van de Regeling. Er is ook geen indicatie dat verweerder bekend zou zijn onder de Domeinnaam, als bedoeld in artikel 3.1 sub b van de Regeling. Tenslotte volgt uit het voorgaande dat Verweerder de Domeinnaam niet gebruikt “voor legitieme, niet commerciële doeleinden zonder daarbij consumenten uit winstoogmerk op misleidende wijze aan te trekken”, zoals bedoeld in artikel 3.1. sub c van de Regeling.

Registratie en/of gebruik van de Domeinnaam te kwader trouw

Eiser stelt dat de domeinnaam door Verweerder te kwader trouw is geregistreerd en/of door haar te kwader trouw wordt gebruikt in de zin van artikel 3.2. sub d van de Regeling. Aangezien Eiser al sinds 1996 bekend is als de ”RDW” is het evident dat Verweerder ten tijde van het aanvragen van de Domeinnaam in september 2014 geweten moet hebben van deze naam. Bovendien wordt door de Domeinnaam alsook door de daaronder weergegeven website gepoogd het beeld te wekken dat de Domeinnaam en Eiser met elkaar in verband staan. Verweerder stelt zelfs door Eiser te zijn erkend. Verweerder poogt hierdoor commercieel voordeel te behalen. De misleiding wordt vergroot door berichten van vermeende klanten te tonen die een onjuiste en misleidende inhoud hebben, welke berichten bovendien zijn gedateerd op de dag waarop de website wordt geraadpleegd. Daarbij heeft Eiser van gedupeerde klanten van Verweerder vernomen dat de Domeinnaam wordt gebruikt voor het oplichten van consumenten. Op grond hiervan dient te worden geconcludeerd dat de Domeinnaam door verweerder te kwader trouw is geregistreerd, althans door haar te kwader trouw wordt gebruikt.

B. Verweerder

Verweerder heeft geen Verweerschrift ingediend.

6. Oordeel en Bevindingen

Nu geen Verweerschrift is ingediend bij het Instituut, dient de Geschillenbeslechter het geschil op grond van artikel 10.3 van de Regeling te beslechten op basis van de Eis. Op basis van dit artikel dient de vordering te worden toegewezen, tenzij deze aan de Geschillenbeslechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Op grond van artikel 2.1 van de Regeling dient Eiser in dit geschil te stellen en te bewijzen dat:

a) de Domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met:

I. een naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam waarvan Eiser rechthebbende is; dan wel

II. een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder Eiser duurzaam aan het maatschappelijke verkeer deelneemt; en

b) Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de Domeinnaam; en

c) de Domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of te kwader trouw wordt gebruikt.

A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend

De Domeinnaam bestaat uit de bestanddelen “RDW” en “BPM”, waarbij de toevoeging van het laatste element enkel beschrijvend is voor diensten die door Verweerder worden verleend.

Het element “RDW” is identiek aan handelsnaam van Eiser. De toevoeging van het beschrijvende element “BPM” neemt naar het oordeel van de Geschillenbeslechter de overeenstemming tussen enerzijds de Domeinnaam en anderzijds de handelsnaam van Eiser niet weg, maar vergroot het gevaar voor verwarring omdat dit element net als Eiser verband houdt met het Nederlandse wegverkeer. Dat verwarring ook daadwerkelijk optreedt blijkt uit het gegeven dat Eiser wordt benaderd door ontevreden klanten van Verweerder.

De Geschillenbeslechter oordeelt aldus dat Eiser heeft voldaan aan de eerste grond zoals verwoord in artikel 2.1 sub a onder I van de Regeling.

B. Recht of Legitiem Belang

Uit de door Eiser overgelegde producties blijkt dat Verweerder de domeinnaam gebruikt voor commerciële doeleinden, ten onrechte de indruk wekt aan Eiser gelieerd te zijn en consumenten misleidt, waardoor een legitiem belang ontbreekt.

De Geschillenbeslechter heeft, nu Verweerder geen verweer heeft gevoerd als ook op grond van eigen waarneming, ook overigens geen indicatie dat Verweerder een legitiem belang bij of ander recht op de Domeinnaam heeft.

De Geschillenbeslechter oordeelt aldus dat Eiser heeft voldaan aan de tweede grond zoals verwoord in artikel 2.1 sub b van de Regeling.

C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw

Gelet op de door Eiser aangevoerde, en door Verweerder niet weersproken, stellingen en het overgelegde bewijs, is de Geschillenbeslechter in ieder geval van oordeel dat de Domeinnaam wordt gebruikt om commercieel voordeel te behalen door internetgebruikers naar een website van Verweerder te leiden, met gebruikmaking van de verwarring die kan ontstaan met het Merk en de handelsnaam van Eiser, zoals in artikel 3.2 sub d van de Regeling beschreven.

De Geschillenbeslechter is van oordeel dat hiermee vaststaat dat de Domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt in de zin van artikel 2.1 sub c van de Regeling.

7. Uitspraak

Op basis van het bovenstaande en in overeenstemming met de artikelen 1 en 14 van de Regeling beveelt de Geschillenbeslechter de wijziging van de domeinnaamhouder van de domeinnaam <rdwbpm.nl> zodat Eiser in plaats van Verweerder domeinnaamhouder wordt.

Remco M. R. Van Leeuwen
Geschillenbeslechter
Datum: 13 maart 2015