About Intellectual Property IP Training IP Outreach IP for… IP and... IP in... Patent & Technology Information Trademark Information Industrial Design Information Geographical Indication Information Plant Variety Information (UPOV) IP Laws, Treaties & Judgements IP Resources IP Reports Patent Protection Trademark Protection Industrial Design Protection Geographical Indication Protection Plant Variety Protection (UPOV) IP Dispute Resolution IP Office Business Solutions Paying for IP Services Negotiation & Decision-Making Development Cooperation Innovation Support Public-Private Partnerships The Organization Working with WIPO Accountability Patents Trademarks Industrial Designs Geographical Indications Copyright Trade Secrets WIPO Academy Workshops & Seminars World IP Day WIPO Magazine Raising Awareness Case Studies & Success Stories IP News WIPO Awards Business Universities Indigenous Peoples Judiciaries Genetic Resources, Traditional Knowledge and Traditional Cultural Expressions Economics Gender Equality Global Health Climate Change Competition Policy Sustainable Development Goals Enforcement Frontier Technologies Mobile Applications Sports Tourism PATENTSCOPE Patent Analytics International Patent Classification ARDI – Research for Innovation ASPI – Specialized Patent Information Global Brand Database Madrid Monitor Article 6ter Express Database Nice Classification Vienna Classification Global Design Database International Designs Bulletin Hague Express Database Locarno Classification Lisbon Express Database Global Brand Database for GIs PLUTO Plant Variety Database GENIE Database WIPO-Administered Treaties WIPO Lex - IP Laws, Treaties & Judgments WIPO Standards IP Statistics WIPO Pearl (Terminology) WIPO Publications Country IP Profiles WIPO Knowledge Center WIPO Technology Trends Global Innovation Index World Intellectual Property Report PCT – The International Patent System ePCT Budapest – The International Microorganism Deposit System Madrid – The International Trademark System eMadrid Article 6ter (armorial bearings, flags, state emblems) Hague – The International Design System eHague Lisbon – The International System of Appellations of Origin and Geographical Indications eLisbon UPOV PRISMA Mediation Arbitration Expert Determination Domain Name Disputes Centralized Access to Search and Examination (CASE) Digital Access Service (DAS) WIPO Pay Current Account at WIPO WIPO Assemblies Standing Committees Calendar of Meetings WIPO Official Documents Development Agenda Technical Assistance IP Training Institutions COVID-19 Support National IP Strategies Policy & Legislative Advice Cooperation Hub Technology and Innovation Support Centers (TISC) Technology Transfer Inventor Assistance Program WIPO GREEN WIPO's Pat-INFORMED Accessible Books Consortium WIPO for Creators WIPO ALERT Member States Observers Director General Activities by Unit External Offices Job Vacancies Procurement Results & Budget Financial Reporting Oversight

WIPO

 

WIPO Arbitration and Mediation Center

 

ARBITRAAL VONNIS

 

De Energiebron B.V. v. Econcern B.V.

Zaaknr. WIPO2006NL7

In een arbitrage onder toepassing van de
Regeling voor .nl-domeinnaamarbitrage
tussen:

 

De Energiebron B.V.
De Overzet 2
9321 DB Peize

(Eiseres)

en

Econcern B.V.
Kanaalweg 16-G
3526 KL Utrecht

(Verweerster)

Scheidsgerecht:

Mr. A.P. Meijboom
Amsterdam

Dit arbitraal vonnis wordt door mij gewezen als arbiter in een geschil onder toepassing van de Regeling voor .nl-domeinnaamarbitrage (de “Regeling”) van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (“SIDN”) tussen De Energiebron B.V. (Eiseres) en Econcern B.V.(Verweerster) met betrekking tot de domeinnaam <energiebron.nl>.

 

1. Partijen

Eiseres in deze procedure is De Energiebron B.V. te Peize, vertegenwoordigd door haar directeur, de heer M.R. Evenhuis.

Verweerster is Econcern B.V. te Utrecht, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. P.W.H. Gevers.

 

2. Domeinnaam en Deelnemer

De domeinnaam in geschil is < energiebron.nl > (de “Domeinnaam”), die door FirstFind E-Consults te Zwolle als deelnemer is geregistreerd.

 

3. Geschiedenis van de Procedure

De Eis is op 19 juni 2006 per e-mail en per post, overeenkomstig de Regeling bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Instituut”), ingediend.

Op 19 juni 2006 heeft het Instituut aan Eiseres een ontvangstbevestiging van de Eis gestuurd en SIDN per e-mail om de gegevens betreffende de Domeinnaam gevraagd.

Op 20 juni 2006 heeft SIDN in antwoord op het verificatieverzoek per e-mail aan het Instituut bevestigd dat Verweerster de huidige houdster is van de Domeinnaam en heeft zij de administratieve en technische contactgegevens overgelegd. SIDN heeft daarbij bevestigd dat de Regeling op de Domeinnaam van toepassing is. SIDN heeft tevens bevestigd dat zij de status quo van de Domeinnaam op 20 juni 2006 heeft bevroren, welke status in overeenstemming met artikel 8 van de Regeling gehandhaafd blijft gedurende het aanhangig zijn van de arbitrageprocedure.

Het Instituut heeft de Eis op naleving van de in de Regeling vervatte formele vereisten geverifieerd en heeft ontvangst van de verschuldigde gelden bevestigd. Het Scheidsgerecht gaat met deze bevindingen akkoord.

In overeenstemming met de artikelen 5.5, 7.1 en 7.3 van de Regeling heeft het Instituut op 21 juni 2006 Verweerster formeel van het indienen van de Eis op de hoogte gesteld onder toezending van een afschrift van de Eis. De arbitrageprocedure is hiermee op 21 juni 2006 aanhangig gemaakt.

In overeenstemming met artikel 9.1 van de Regeling heeft Verweerster tijdig een Verweerschrift, inclusief de schriftelijke volmacht waarin de gemachtigde is benoemd, ingediend. Het Instituut heeft op 11 juli 2006 de ontvangst van het Verweerschrift aan Verweerster bevestigd.

Op 14 juli 2006 heeft Eiseres in een e-mail aan het Instituut en Verweerster in reactie op de melding in het Verweerschrift dat bijlage I bij de Eis ontbrak, laten weten dat bijlage I de uitdraai van het WHOIS register voor de Domeinnaam is om aan te tonen dat Verweerster als registrant van de Domeinnaam staat vermeld, en dat bijlage I wel degelijk met de Eis was meegestuurd.

Met inachtneming van het verzoek van Eiseres overeenkomstig artikel 6.3 van de Regeling tot benoeming van één arbiter heeft het Instituut op 11 juli 2004, overeenkomstig artikel 10.1 van het Reglement, aan partijen verzocht hun respectieve voorkeur voor de aan te stellen arbiter kenbaar te maken.

Het Center heeft op 20 juli 2006 Alfred Meijboom, wonende te Amsterdam, als enig arbiter in dit geschil aangesteld. Het Scheidsgerecht is van mening dat het correct is aangesteld. Het Scheidsgerecht heeft het formulier Acceptatie tot Benoeming Arbiter tevens Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid als vereist op grond van artikel 10.9 van de Regeling ingediend.

Omdat Eiseres haar Eis in het Nederlands heeft ingediend en Verweerster in Nederland is gevestigd, is de procestaal onder toepassing van artikel 17.2 van de Regeling Nederlands.

 

4. Feitelijke Achtergrond

Merk- en handelsnaamrechten

Eiseres is houdster van het Benelux beeldmerk ENERGIEBRON met registratienummer 713237 van 31 oktober 2000. Het merk bestaat uit het woord “Energiebron” in blauw en groen met gele vlakken, en is geregistreerd voor waren in de klassen 1, 9 en 11 voor fotofilms, batterijen, snoeren, stekkers, aansluitmaterialen, zekeringen, lampen, zak- en staaflantaarns (het “Merk”).

Eiseres gebruikt sinds 1 augustus 1999 de handelsnaam De Energiebron in het economisch verkeer en sinds 30 mei 2003 – nadat de eenmanszaak van Eiseres is omgezet in een besloten vennootschap – luidt haar statutaire naam De Energiebron B.V. Eiseres voert derhalve tevens de handelsnaam De Energiebron (de “Handelsnaam”).

Domeinnaam

Volgens opgave van SIDN is de Domeinnaam op 14 september 2000 geregistreerd. Volgens de door SIDN aan het Instituut toegestuurde kopie van het registratiecontract is Verweerster (in ieder geval) op 21 juni 2006 houdster van de Domeinnaam geworden. Verweerster stond ten tijde van het aanhangig maken van de arbitrage in het WHOIS register van SIDN als houdster vermeld.

 

5. Stellingen van Partijen

 

A. Eiseres

 

Eiseres heeft op 10 mei 2000 de Domeinnaam aangevraagd bij een deelnemer in SIDN (de “Deelnemer”) . De domeinnaam is door de Deelnemer voor Eiseres ‘gereserveerd’, omdat een derde partij destijds reeds op grote schaal domeinnamen had geclaimd, waaronder de Domeinnaam. Volgens opgave van de Deelnemer zouden deze domeinnamen in de loop van 2000 vrij komen te vallen aangezien bedoelde derde partij niet aan haar verplichtingen voldeed. In januari 2001 ontving Eiseres van de Deelnemer de opleveringsbrief van de Domeinnaam met bijbehorende inlogcodes.

In augustus 2002 ondervond Eiseres problemen met het inloggen met de aan haar verstrekte inloggegevens. Zij ontdekte toen dat de Domeinnaam niet op haar naam, maar op naam van Verweerster stond geregistreerd. Naar aanleiding hiervan vond telefonisch en schriftelijk contact plaats tussen Eiseres en Verweerster, waarin Eiseres met een beroep op haar Merk Verweerster verzocht de Domeinnaam aan haar over te dragen. Verweerster weigerde hier aan mee te werken en wenste uitsluitend op basis van een commercieel aanbod de Domeinnaam over te dragen, hetgeen niet tot een overdracht heeft geleid.

Omdat de kosten voor juridische bijstand voor Eiseres te hoog waren heeft zij gewacht op de inwerkingtreding van de Regeling en een wijziging van de Domeinnaam, zodat Verweerster aan de Regeling gebonden zou zijn. Dat geschiedde in 2005, waarna Eiseres Verweerster in februari 2006 schriftelijk verzocht de Domeinnaam wegens inbreuk op haar Merk kosteloos aan haar over te dragen. Verweerster weigerde dat partijen konden hun geschil niet minnelijk oplossen.

De Domeinnaam is identiek aan het Merk en nagenoeg identiek aan de Handelsnaam in de zin van artikel 13.A lid 1 van de Benelux Merkenwet (“BMW”), respectievelijk artikelen 5 en 5a Handelsnaamwet (“HnW”). Door zonder toestemming van Eiseres de Domeinnaam te registreren heeft Verweerster inbreuk gemaakt op de exclusieve handelsnaam- en merkrechten van Eiseres.

Doordat zij de Domeinnaam heeft geregistreerd heeft Verweerster Eiseres de voor de handliggende mogelijkheid om zich middels een domeinnaam onder de Handelsnaam op het Internet te presenteren ontnomen. Bovendien wordt door de handelwijze van Verweerster de toegang tot de Domeinnaam voor Eiseres geblokkeerd, waarmee Verweerster verhindert dat Eiseres het Merk via Internet in een corresponderende Nederlandse domeinnaam kan gebruiken, waarmee op ongerechtvaardigde wijze afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen van het Merk.

Eiseres beroept zich op artikel 13.A lid 1 sub d BMW, daar voor de gebruikshandelingen van Verweerster geen geldige reden lijkt te kunnen worden ingeroepen. Verweerster onderhoudt sinds de registratie van de Domeinnaam geen (inter)actieve website, waarmee de noodzaak juist dat teken te gebruiken niet lijkt te bestaan, noch lijkt Verweerster een eigen recht te hebben dat niet voor dat van de merkhouder hoeft te wijken. Voorts wordt de Domeinnaam zonder geldige reden in het economisch verkeer gebruikt, terwijl in zoverre aan het onderscheidend vermogen van het Merk afbreuk wordt gedaan, dat Eiseres haar Merk niet als Nederlandse websitenaam kan gebruiken. Dit gebruik schept bij het publiek bovendien verwarring, blijkens meldingen van relaties die e-mails versturen aan de Domeinnaam, in plaats van aan de domeinnaam <energiebron.com> van Eiseres. Het feit dat er geen (inter)actieve website aan de Domeinnaam is gekoppeld, neemt niet weg dat de dreiging van merkinbreuk blijft bestaan. Bovendien ontstaat verwarring in de zin van artikelen 5 en 5a HnW door het bedrijfsmatig gebruik op het Internet van de Domeinnaam, en doordat Eiseres zich meer gaat richten op online verkoop.

Eiseres heeft het Merk op 4 oktober 2000 gedeponeerd, terwijl de Domeinnaam op 14 september 2000 door Verweerster is geregistreerd. Met de in mei 2000 van de Deelnemer verkregen informatie dat de Domeinnaam in afwachting van het vrijvallen ‘gereserveerd’ stond voor Eiseres, is Eiseres als volgende stap overgegaan tot het deponeren van het Merk, zodat het merkdepot te goeder trouw is gedeponeerd.

Eiseres verzoekt het Scheidsgerecht te bepalen dat:

- Eiseres houdster zal worden van de Domeinnaam in plaats van Verweerster en dat het arbitrale vonnis in de plaats zal treden van het door SIDN voorgeschreven formulier voor wijziging domeinnaamhouder;

- Verweerster wordt verboden domeinnamen vergelijkbaar met de Domeinnaam te registreren op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag dat de overtreding voortduurt;

- Verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten; en

- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.

Verweerster

Primair voert Verweerster aan dat Eiseres niet ontvankelijk dient te worden verklaard omdat niet zij, maar De Energiebron v.o.f. de houdster van het Merk is. Indien het Scheidsgerecht de zaak toch in behandeling neemt voert Verweerster het volgende aan.

Verweerster heeft bijlage I, die een uitdraai van de Domeinnaam in het WHOIS register van SIDN zou bevatten, niet bij de Eis aangetroffen, zodat Verweerster niet op juiste wijze van de Eis heeft kunnen kennisnemen op grond waarvan de Eis dient te worden afgewezen. Indien het Scheidsgerecht de zaak toch in behandeling neemt voert Verweerster het volgende aan

Dat het Eiseres in een eerder stadium niet is gelukt om de Domeinnaam te claimen is niet het onderwerp van geschil en evenmin relevant voor Verweerster. Bovendien behoefde Verweerster zich daar niet van bewust te zijn of daar anderszins rekening mee te houden, noch is dat aan Verweerster te wijten. Verweerster heeft de Domeinnaam op grond van het beginsel ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ verkregen.

Verweerster is om haar moverende redenen, na aanvankelijke bereidheid, niet meer bereid om de Domeinnaam over te dragen aan Eiseres. Verweerster heeft de Domeinnaam niet om speculatieve redenen vastgelegd, hetgeen blijkt uit het gegeven dat zij de Domeinnaam niet te koop heeft aangeboden. Dat Eiseres vanwege financiële overwegingen de zaak aanvankelijk gelaten heeft voor wat het was, bevestigt dat Verweerster niet gehouden is de Domeinnaam over te dragen. Bovendien zou Verweerster ook een beargumenteerd verweer hebben gevoerd als Eiseres (in een eerder stadium) een rechtszaak jegens haar was begonnen om de Domeinnaam op te eisen.

Ten aanzien van de grondslag van de vorderingen van Eiseres die zijn gebaseerd op de Handelsnaamwet is die tevergeefs aangevoerd. De Domeinnaam is enkel geregistreerd en wordt niet in het economisch verkeer gebruikt, zodat er geen sprake van is dat de Domeinnaam als handelsnaam wordt gebruikt. Eiseres heeft ook niet aangetoond dat Verweerster de Domeinnaam wel als handelsnaam zou gebruiken. Eiseres beroept zich voorts niet op haar handelsnaamrecht in de zin van het Reglement, dus ook op die basis kan en mag geen toewijzing van haar Eis plaatsvinden.

In geval van een beroep op een oudere handelsnaam tegenover een jongere domeinnaam dient in overweging te worden genomen dat de handelsnaam “De Energiebron” luidt en niet “Energiebron” zonder voorafgaand lidwoord. Bij dergelijke generieke termen acht Verweerster dit kleine verschil voldoende om te spreken van een afwijkende naam. Indien overeenstemming zou worden aangenomen zou dat betekenen dat de Handelsnaam dermate wordt opgerekt dat daardoor een domeinnaam bestaande uit een afwijkende naam, die bovendien bestaat uit een generiek en gangbaar woord uit de Nederlandse taal, kan worden geclaimd, terwijl deze naam te goeder trouw is vastgelegd door de houder. Hierbij verwijst Verweerster naar de uitspraak van de President Rechtbank Groningen 23 november 2000 (DomJur 2001-55), waarin het Buro Slachtofferhulp niet de domeinnaam <slachtofferhulp.nl> zonder de term ‘buro’ kon opeisen op basis van haar handelsnaam.

In dit verband merkt Verweerster op dat Eiseres in april 2000 de domeinnaam <deenergiebron.nl> heeft geregistreerd. Verweerster is derhalve van mening dat zij Eiseres niet dwars kan zitten over iets dat Eiseres kennelijk al blijkt te bezitten.

Ook de grondslag van artikel 13.A lid 1 sub d BMW, waarop Eiseres zich beroept, kan niet leiden tot toewijzing van de vorderingen om de navolgende redenen:

a. Het woord ‘teken’ in artikel 13.A lid 1 sub d BMW suggereert dat het moet gaan om een teken dat identiek is aan het geregistreerde merk. Daarvan is in casu geen sprake aangezien het Merk een beeldmerk is. Bovendien is de benaming DE ENERGIEBRON een generieke aanduiding die niet voor (woord)merkregistratie in aanmerking komt onder de huidige regelgeving wegen gebrek aan voldoende onderscheidend vermogen. Vanwege het geringe onderscheidend vermogen van het Merk zal het niet direct geassocieerd worden met de Domeinnaam en dreigt geen verwarringsgevaar.

b. De Domeinnaam wordt thans niet gebruikt. Loutere registratie behoeft niet direct op merkgebruik te duiden. Het enkele registreren van de Domeinnaam maakt geen inbreuk op het Merk.

c. Verweerster is actief op het gebied van (duurzame) energievoorziening en heeft daarom een geldige reden en/of een voldoende gewaarborgd belang om de generieke aanduiding als domeinnaam te kunnen gebruiken.

d. Partijen kunnen in de markt niet als concurrenten worden aangemerkt, zodat er reeds om die reden geen sprake van kan zijn dat Verweerster’s registratie (en of gebruik) van de Domeinnaam tot ongerechtvaardigd voordeel zal leiden.

e. Eiseres heeft haar stelling dat Verweerster afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen van het Merk niet onderbouwd, anders dan door op te merken dat Eiseres niet in staat is om de Domeinnaam zelf te gebruiken. Het Merk heeft echter geen of een bijzonder zwak onderscheidend vermogen, zodat er geen afbreuk aan kan worden gedaan.

f. Daarnaast heeft Eiseres niet aangetoond dat met het registeren en/of gebruik van de Domeinnaam afbreuk zou worden gedaan aan de reputatie van het Merk. Dat kan ook niet omdat het een Merk met een zwak onderscheidend vermogen betreft.

g. Bovendien is er geen sprake van verwarringsgevaar tussen Merk en Domeinnaam. Het publiek wordt niet misleid en er is geen reden om aan te nemen dat de Domeinnaam op enige wijze is geautoriseerd of gesponsord door Eiseres of op een andere manier is verenigd met of verbonden of gelinkt aan Eiseres. Gegeven het verschil in dienstverlening van Eiseres en Verweerster is er ook geen verwarringsgevaar bij toekomstig gebruik van de Domeinnaam.h. De opmerking van Eiseres dat zij het Merk te goeder trouw heeft geregistreerd is niet relevant omdat Verweerster dat niet betwist. Hooguit zou Verweerster vraagtekens zetten bij de vraag of het Merk thans wel op geldige wijze instandhoudend is gebruikt. Immers, uit de door Eiseres overgelegde stukken blijkt van gebruik van de benaming DE ENERGIEBRON, al dan niet met een bepaald logo, en niet van ENERGIEBRON.

Indien Eiseres bedoelt dat Verweerster de Domeinnaam te kwader trouw heeft geregistreerd, merkt Verweerster op dat dat gesteld noch bewezen is.

i. In aansluiting op bovengenoemde stellingen is Verweerster bovendien van mening dat de consument tegenwoordig met behulp van zoekmachines op het Internet zoekt, waarbij de domeinnaam niet van doorslaggevende betekenis is, en het vooral gaat om de inhoud van de informatie.

Verweerster verzoekt het Scheidsgerecht de ingestelde vorderingen af te wijzen met veroordeling van Eiseres in de kosten van deze procedure met inbegrip van Verweerster’s kosten voor juridische bijstand ten bedrage van € 1.000.

 

6. Oordeel en Bevindingen

Toepasselijke Regeling en bevoegdheid Scheidsgerecht

De Domeinnaam is geregistreerd op 14 september 2000, en Verweerster was op 21 juni 2006 houdster van de Domeinnaam. Op grond van artikel 21 van de Regeling, welke ten tijde van de registratie van kracht was, heeft Verweerster zich daarbij onderworpen aan arbitrage met betrekking tot geschillen over de vraag of met de registratie en/of het gebruik van de Domeinnaam de domeinnaamhouder inbreuk maakt op een Benelux merkrecht (inclusief rechten op Gemeenschapsmerken) of een recht op een Nederlandse handelsnaam. SIDN heeft bevestigd dat deze arbitrageprocedure van toepassing is op de Domeinnaam. Het instellen van de Eis door Eiseres houdt derhalve een geldige arbitrageovereenkomst tussen partijen in.

Gebaseerd op het voorgaande, alsmede op het aan de Eis ten grondslag liggende Benelux merk en het Nederlandse handelsnaamrecht, stelt het Scheidsgerecht vast dat het op grond van artikel 11.2 van de Regeling bevoegd is om onderhavig geschil te beslechten. Hierbij zij opgemerkt dat de juridische consequenties van deze beslissing aan de partijen ter vrije bepaling staan in de zin van artikel 1020 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Plaats van arbitrage

In overeenstemming met artikel 17.4 van de Regeling, is de plaats van arbitrage Amsterdam, Nederland. Op grond van artikel 11.3 en 11.4 van de Regeling, beslist het Scheidsgerecht in overeenstemming met de Regeling en naar Nederlands recht.

Beoordeling

Eerstens oordeelt het Scheidsgerecht dat Verweerster niet in haar verdediging is geschaad indien zij bijlage I bij de Eis niet heeft ontvangen. Eiseres heeft bijlage I, tezamen met de Eis en andere bijlagen, bij het Instituut ingediend en uit de Eis blijkt onmiskenbaar dat bijlage I een kopie van de gegevens van de Domeinnaam uit het WHOIS register van SIDN is, die enkel is overgelegd om aan te tonen dat de Domeinnaam op naam van Verweerster is geregistreerd. Dat gegeven wordt door Verweerster niet ontkend, zodat het stelling van Verweerster dat zij bijlage I niet heeft ontvangen en dat daarom de Eis moet worden afgewezen vergeefs is aangevoerd.

Eiseres baseert haar Eis op artikel 13.A lid 1 sub d BMW en artikelen 5 en 5a HnW. Omdat het meest verstrekkende verweer is dat Eiseres geen beroep toekomt op het Merk zal het Scheidsgerecht dat verweer het eerst bespreken.

Artikel 2 lid 3 van het Reglement bepaalt dat het Scheidsgerecht “niet bevoegd (zal) zijn, dan wel zich onbevoegd verklaart, indien de vorderingen niet zijn gegrond op de stelling dat de Eiser door de registratie en/of het gebruik van een of meer Domeinnamen door een Domeinnaamhouder een rechtsvordering heeft uit hoofde van de Benelux merkenrechten (inclusief rechten op Gemeenschapsmerken) en/of het Nederlandse handelsnaamrecht waartoe Eiser gerechtigd is”. Uit het door Eiseres overgelegde bewijs van inschrijving van het Merk blijkt dat het op naam van De Energiebron v.o.f. was ingeschreven. Het Scheidsgerecht heeft terzake zelf beperkt onderzoek verricht en, nadat van het Benelux Merkenbureau dienaangaande telefonische bevestiging was ontvangen, geconstateerd dat het Merk sinds 3 maart 2006 op naam van Menno Evenhuis te Harich staat ingeschreven, welke mutatie door het Benelux Merkenbureau op 24 juli 2006 is gepubliceerd. Aangezien het op grond van artikel 2 van het Reglement op de weg van Eiseres had gelegen om aan te tonen dat zij gerechtigd is tot het Merk dat op naam van (waarschijnlijk) haar directeur is geregistreerd, en zij dit nagelaten heeft, terwijl Verweerster als primair verweer aanvoert dat Eiseres niet gerechtigd is tot het voeren van het Merk, verklaart het Scheidsgerecht zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen die zijn gegrond op het Merk.

Eiseres beroept zich voorts op artikel 5 en 5a HnW. Omdat het Scheidsgerecht niet bevoegd is terzake van vorderingen op grond van het Merk is het ook onbevoegd terzake van de vorderingen die zijn gebaseerd op artikel 5a HnW, zodat de grondslag van artikel 5 HnW overblijft.

Ten eerste merkt het Scheidsgerecht op dat het door Eiseres aangevoerde en door Verweerster niet betwiste gegeven dat Eiseres de Domeinnaam in 2000 had gereserveerd en in januari 2001 meende te hebben verkregen van de Deelnemer voor de beoordeling van deze zaak niet relevant is. Uit niets is gebleken dat Verweerster daarbij een rol heeft gespeeld, laat staan dat Verweerster terzake jegens Eiseres verwijtbaar zou hebben gehandeld.

In deze zaak staat enkel de vraag centraal of de Domeinnaam inbreuk maakt op de Handelsnaam. Dat is volgens het Scheidsgerecht niet het geval om de volgende redenen.

Op grond van artikel 1 HnW is een handelsnaam de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Vast staat dat Eiseres (althans haar rechtsvoorgangster het eenmansbedrijf De Energiebron) sinds 1999 de handelsnaam “De Energiebon” voert voor een groothandel in lichtbronnen, batterijen, en (in ieder geval sinds 2003) audio-videotapes en fotofilms (zie bijlagen III en V van Eiseres).

De Domeinnaam maakt inbreuk op artikel 5 HnW indien hij als handelsnaam in zin van artikel 1 HnW kan worden aangemerkt en indien de Domeinnaam identiek is aan of slechts in geringe mate afwijkt van de Handelsnaam voorzover dientengevolge verwarringsgevaar ontstaat.

Partijen verschillen niet van mening dat de Domeinnaam, vanaf het moment dat hij op naam van Verweerster is geregistreerd, inactief is. Derhalve is er geen sprake van gebruik van de Domeinnaam voor commerciële activiteiten zodat hij geen handelsnaamfunctie vervult. Om deze reden dienen de op artikel 5 HnW gebaseerde vorderingen te worden afgewezen.

Ten overvloede overweegt het Scheidsgerecht nog als volgt.

Aangezien Verweerster aanvoert dat zij de Domeinnaam niet te koop heeft aangeboden en uit haar stellingen valt af te leiden dat zij dat ook in de toekomst niet zal doen, moet worden aangenomen dat zij de Domeinnaam op enig moment zal gaan gebruiken. Indien zij dat niet doet zou dat wellicht onrechtmatig kunnen zijn jegens derden met subjectieve rechten terzake van de met de Domeinnaam overeenstemmende tekens, zoals Eiseres, maar dat is speculatief en valt bovendien buiten de reikwijdte van deze arbitrage. Indien Verweerster de Domeinnaam in gebruik zal nemen zal dat – zoals zij zelf ook aanvoert – in het kader van haar bedrijfsvoering zijn en meer in het bijzonder op het gebied van (duurzame) energievoorziening. Slechts indien de Domeinnaam wordt gebruikt ter identificatie van de onderneming van Verweerster kan hij (tevens) een handelsnaam in de zin van artikel 1 HnW zijn.

In het hypothetische geval dat de Domeinnaam een handelsnaam is, moet worden vastgesteld of de aard van de onderneming van Eiseres en Verweerster zodanig is dat daardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan. De in artikel 5 HnW genoemde vestigingsplaats van de ondernemingen is in casu niet relevant doordat zowel Eiseres als Verweerster – en zeker nu het een Domeinnaam betreft – via het Internet zaken doen en derhalve overal in Nederland actief zijn.

Zoals blijkt uit de door Eiseres overgelegde uittreksels uit het handelsregister van haar onderneming is zij een groothandel in lichtbronnen, batterijen, audio-videotapes en fotofilms. Verweerster is volgens de informatie op haar website “www.econcern.com” een holdingonderneming wier groepsondernemingen waren en diensten op het gebied van duurzame energie aanbieden. Het had op de weg van Eiseres gelegen om te stellen en aan te tonen dat de activiteiten van beide ondernemingen elkaar overlappen en dat daardoor verwarringsgevaar ontstaat. Zij heeft dienaangaande aangevoerd dat Verweerster zich (blijkbaar met de Domeinnaam) op online verkoop zal gaan richten, en overigens dat de Handelsnaam in zeer geringe mate afwijkt van de Domeinnaam, zodat de Domeinnaam inbreuk op haar handelsnaam maakt.

De enkele stelling van Eiseres dat Verweerster zich onder de Domeinnaam op online verkoop zal richten maakt niet duidelijk wat Verweerster zal verkopen en hoe dat tot verwarringsgevaar kan leiden.

Het Scheidsgerecht is het met Eiseres eens dat de Handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt van de Domeinnaam 1 doordat het enige verschil het verwaarloosbare lidwoord “de” is, maar kan Eiseres niet volgen dat in wezen alleen daardoor sprake van inbreuk op artikel 5 HnW gegeven is.

Het feit dat Verweerster door registratie (en eventueel toekomstig gebruik) van de Domeinnaam Eiseres de mogelijkheid ontneemt de Domeinnaam zelf te gebruiken is een gevolg van het principe dat domeinnamen schaars zijn en maar één keer kunnen worden geregistreerd. Het leidt er als zodanig echter niet toe dat de Domeinnaam daarom inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van Eiseres, omdat de Handelsnaamwet, noch het Reglement aan een houder van een handelsnaam een recht geeft om een domeinnaam op te eisen indien die geregistreerd is door een partij die een handelsnaam heeft die meer van de desbetreffende domeinnaam afwijkt dan de handelsnaam van Eiseres.

De stellingen en overgelegde stukken die Eiseres leiden er derhalve niet toe dat de vorderingen van Eiseres kunnen worden toegewezen indien de Domeinnaam door Verweerster zou worden gebruikt.

Eiseres zal, omdat zij overwegend in het ongelijk gesteld wordt, op voet van artikel 28.8 van het Reglement in de kosten van deze arbitrage veroordeeld worden zoals door Verweerster gevorderd.

 

7. Beslissing

Met referentie aan artikel 3 van de Regeling en het bovenstaande beslist het Scheidsgerecht als volgt:

1. Het Scheidsgerecht verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van De Energiebron B.V. die zijn gebaseerd op het Benelux merk met inschrijvingsnummer 713237;

2. De vorderingen van De Energiebron B.V. worden afgewezen;

3. De Energiebron B.V. wordt veroordeeld in de kosten van juridische bijstand van Econcern B.V. ten bedrage van € 1.000.

 


Alfred P. Meijboom
Arbiter

Datum: 31 juli 2006


1 Waarvan het toplevel domein .nl – als zijnde een essentieel onderdeel van domeinnamen in de .nl zone file – buiten beschouwing dient te worden gelaten.