Instantie |
Hoge Raad |
Datum uitspraak |
25-02-2022 |
Datum publicatie |
25-02-2022 |
Zaaknummer |
20/01160 |
Formele relaties |
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:670, Gevolgd |
Rechtsgebieden |
Civiel recht |
Bijzondere kenmerken |
Artikel 81 RO-zaken |
Inhoudsindicatie |
Art. 81 lid 1 RO. Octrooirecht. Standaard essentieel octrooi (SEP) op gebied van mobiele telecommunicatie. Inbreukverbod. Misbruik van machtspositie? Is licentie-aanbod fair, reasonable and non-discriminatory (FRAND)? |
Vindplaatsen |
Rechtspraak.nl |
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01160
Datum 25 februari 2022
ARREST
In de zaak van
WIKO SAS,
gevestigd te Marseille, Frankrijk,
EISERES tot cassatie,
hierna: Wiko,
advocaat: H.J. Pot,
tegen
KONINKLIJKE PHILIPS N.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Philips,
advocaten: W.A. Hoyng en F.W.E. Eijsvogels.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/508681 / HA ZA 16-411 van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2017;
b. het arrest in de zaak 200.233.178/01 van het gerechtshof Den Haag van 24 december 2019.
Wiko heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Philips heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.1 De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2 Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient Wiko te worden verwezen in de proceskosten. Nu Philips op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie heeft gevorderd en partijen overeenstemming hebben bereikt over de ter zake op de voet van deze bepaling toe te schatten kosten, zal dienovereenkomstig worden beslist (Indicatietarieven in octrooizaken Hoge Raad punt 4).
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Wiko in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Philips begroot op 80.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Wiko deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter, de vicepresident M.J. Kroeze en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 februari 2022.