WIPO

 

WIPO Arbitration and Mediation Center

 

UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER

Technische Unie B.V. and Otra Information Services v. Technology Services Ltd.

Zaaknr. DNL2008-0002 <technischeuni.nl>

 

1. Partijen

Eiseressen in deze procedure zijn Technische Unie B.V. (“Eiseres sub 1”), gevestigd te Amstelveen, Nederland en Otra Information Services (‘Eiseres sub 2’) eveneens gevestigd op te Amstelveen, Nederland, vertegenwoordigd door Spring Advocaten, Amsterdam, Nederland.

Verweerder in deze procedure is Technology Services Ltd. (“Verweerder”), kantoorhoudende te Parijs, Frankrijk.

 

2. De Domeinnaam

De onderhavige domeinnaam <technischeuni.nl> is geregistreerd bij SIDN via EuroDNS S.A., Leudelange, Luxemburg (de “Domeinnaam”).

 

3. Geschiedenis van de Procedure

De Eis is ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Instituut”) op 13 maart 2008 (e-mail) en 19 maart 2008 (hard copy). Het Instituut heeft op 18 maart 2008 per e-mail een verificatieverzoek aan SIDN gestuurd met betrekking tot de onderhavige Domeinnaam. In antwoord hierop heeft SIDN op 19 maart 2008 bevestigd dat de Verweerder geregistreerd staat als de domeinnaamhouder en heeft SIDN de contactgegevens van de Verweerder overgelegd. In antwoord op een melding van het Instituut dat de Eis administratieve gebreken bevatte (d.d. 26 maart 2008), hebben de Eiseressen op 26 maart 2008 (e-mail) en op 2 april 2008 (hard copy) een aangepaste Eis ingediend. Het Instituut heeft vervolgens vastgesteld dat de aangepaste Eis voldoet aan de formele vereisten van de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen (de “Regeling”).

Overeenkomstig de artikelen 5 en 15.5 van de Regeling heeft het Instituut de Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Eis en is de procedure op 27 maart 2008 aangevangen. In overeenstemming met artikel 7.1 van de Regeling was de laatste datum voor het indienen van het Verweerschrift 16 april 2008. De Verweerder heeft geen Verweerschrift ingediend. Dienovereenkomstig deelde het Instituut op 17 april 2008 mee dat de Verweerder in gebreke is gebleven.

Het Instituut heeft op 24 april 2008 Willem J.H. Leppink benoemd als Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het WIPO Arbitration and Mediation Center overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 8.2 van de Regeling.

 

4. Feitelijke Achtergrond

Eiseres sub 1 drijft, volgens haar inschrijving in het handelsregister, sinds 17 juni 1931 een onderneming genaamd “Technische Unie B.V.”

Eiseres sub 1 is houdster van het Benelux-woordmerk TECHNISCHE UNIE, gedeponeerd op 4 januari 1995 met inschrijvingsnummer 0566767 voor waren en diensten in de klassen 1, 2, 4, 6, 7, 8, 9, 11, 14, 17, 19, 20, 21, 28 en 35. Zij is ook houdster van het Benelux woord -/ beeldmerk TECHNISCHE UNIE, gedeponeerd op 7 november 2003 met inschrijvingsnummer 0746576 voor waren en diensten in de klassen 16 en 35. Op 13 september 1999 is de domeinnaam <technischeunie.nl> bij SIDN geregistreerd. Houder hiervan is Eiseres sub 2.

Volgens de gegevens van SIDN is de Domeinnaam <technischeuni.nl> op 29 juni 2005 voor het eerst geregistreerd. Op 16 januari 2008 is de Domeinnaam middels een wijziging domeinnaamhouder door Verweerder geregistreerd.

 

5. Stellingen van Partijen

A. Eiseressen

Rechten op merk of naam eiseressen

Eiseressen stellen dat de Domeinnaam vrijwel identiek is aan de merken en handelsnaam van Eiseres sub 1, alsmede aan de domeinnaam van Eiseres sub 2. Gezien het feit dat de Domeinnaam van Verweerder identiek is aan de merken en handelsnaam van Eiseres sub 1 en aan de domeinnaam van Eiseres sub 2 ontstaat en/of dreigt er volgens hen verwarringsgevaar.

Eiseres sub 1 stelt dat zij sinds 17 juni 1931 een onderneming genaamd “Technische Unie B.V.” drijft. Deze onderneming is sinds 1931 zeer bekend en sedertdien is deze onderneming uitgegroeid tot ťťn van de grootste technische groothandels in Nederland. Daarnaast stelt Eiseres sub 1 dat zij sindsdien een verdiende goede reputatie geniet, waar zij dan ook continu in investeert. Eiseressen hebben een uittreksel van het handelsregister in het geding gebracht waaruit blijkt dat Technische Unie B.V. is opgericht op 17 juni 1931.

Eiseressen stellen dat Eiseres sub 1 op 4 januari 1995 een woordmerk TECHNISCHE UNIE heeft gedeponeerd alsmede een woord-/beeldmerk op 7 november 2003. In dit verband hebben Eiseressen twee uitdraaien uit het Benelux-merkenregister in het geding gebracht.

Eiseressen stellen dat Eiseres sub 1 op basis van haar merkinschrijvingen en het feit dat zij sinds 1931 een onderneming drijft, naar Nederlands recht rechthebbende is op de merken en handelsnaam.

Eiseressen beroepen zich ook op de registratie van de domeinnaam <technischunie.nl> waarvan Eiseres sub 2 houdster is. Eiseressen voeren aan dat de domeinnaam <technischeunie.nl> dateert uit 1999 en derhalve eerder is geregistreerd dan de Domeinnaam die dateert uit 2005.

Recht of Legitiem Belang en Kwade Trouw Verweerder

Met betrekking tot deze twee elementen van artikel 2.1 van de Regeling stellen Eiseressen zonder verdere toelichting het volgende:

“Om deze redenen menen eiseressen dat de verweerder geen recht op of legitiem belang heeft bij de door verweerder gevoerde domeinnaam. De registratie en/of het gebruik van de aangevallen domeinnaam is onacceptabel en te kwader trouw.”

B. Verweerder

De Verweerder heeft geen Verweerschrift ingediend.

 

6. Oordeel en Bevindingen

Nu geen Verweerschrift is ingediend dient de Geschillenbeslechter het geschil op grond van artikel 7.4 van de Regeling te beslechten op basis van de Eis. Enigszins anders dan onder de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) dient op grond van dit artikel de vordering te worden toegewezen tenzij deze aan de Geschillenbeslechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De Geschillenbeslechter zal derhalve na moeten gaan of de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend

De Regeling bepaalt in artikel 2.1.a dat Eisen kunnen worden ingediend door iedereen die stelt en bewijst dat:

“een domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met een:

I. naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam waarvan eiser rechthebbende is, dan wel

II. een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder eiser duurzaam aan het maatschappelijk verkeer deelneemt.”

Eiseressen geven in hun Eis aan dat zij hun Eis baseren op de eerste grond. Eiseressen hebben kopieŽn overgelegd van de merkdepots en een uittreksel van het handelsregister. Uit deze kopieŽn blijkt dat alleen Eiseres sub 1 een beroep op de eerste grond kan doen, nu uit deze kopieŽn blijkt, dat alleen Eiseres sub 1 de houdster is van de merken en alleen Eiseres sub 1 de handelnaam Technische Unie voert.

De Geschillenbeslechter is van oordeel dat alleen Eiseres sub 1 bewijs heeft geleverd dat zij rechthebbende is van zowel het naar Nederlands recht beschermde woordmerk en woord-/beeldmerk TECHNISCHE UNIE, als de handelsnaam Technische Unie. De Domeinnaam <technischeuni.nl> stemt zodanig overeen met de merken en handelsnaam van Eiseres sub 1 dat verwarring kan ontstaan. De Geschillenbeslechter oordeelt aldus dat Eiseres sub 1 heeft voldaan aan de eerste grond van artikel 2.1.a van de Regeling.

Eiseressen lijken zich ook te willen beroepen op hun rechten met betrekking tot de domeinnaam <technischenunie.nl> waarvan Eiseres sub 2 houdster is. Een domeinnaam echter kan normaal gesproken onder de Regeling uitsluitend dan van belang zijn als basis voor een eis, indien de domeinnaam ook de gedaante heeft aangenomen van een onder de Regeling beschermd recht, zoals bijvoorbeeld een geldend merkenrecht.

B. Recht of Legitiem Belang

Op grond van artikel 2.1.b van de Regeling dienen Eiseressen te stellen en te bewijzen dat Verweerder geen recht op of legitiem belang heeft bij de Domeinnaam.

Volgens vaste rechtspraak in de UDRP (welk mechanisme vergelijkbaar is met de Regeling) dient een eiser prima facie aannemelijk te maken dat Verweerder geen recht heeft op of rechtmatig belang heeft bij de domeinnaam (Belupo d.d. v. WACHEM d.o.o., WIPO Zaaknr. D2004-0110 en Croatia Airlines d.d. v. Modern Empire Internet Ltd., WIPO Zaaknr. D2003-0455). Indien hieraan is voldaan, dan rust op Verweerder de bewijslast aan te tonen dat hij een recht op of een legitiem belang bij de Domeinnaam heeft. Slaagt Verweerder hier niet in, dan wordt verondersteld dat een eiser voldaan heeft aan het vereiste van de UDRP, paragraaf 4(a)(ii) en in dit geval aan artikel 2.1.b van de Regeling.

Eiseressen voeren echter louter aan dat op basis van de bestaande merkrechten, de handelsnaamrechten en het feit dat de domeinnaam <technischeunie.nl> eerder geregistreerd is dan de Domeinnaam, Verweerder geen recht op of legitiem belang zou hebben bij de Domeinnaam. Het alleen stellen door Eiseressen dat hiervan geen sprake is, is niet voldoende; het moet minimaal prima facie aannemelijk worden gemaakt en dat is in het geheel niet gebeurd.1 De Geschillenbeslechter verwijst in dit verband naar artikel 3.1.a van de Regeling, dat voorbeelscenario’s geeft van rechten of legitieme belangen en daarmee ook eisers houvast biedt bij het aannemelijk maken van de afwezigheid daarvan.

Weliswaar kan de Geschillenbeslechter op grond van artikel 10.1 van de Regeling partijen uitnodigen tot een nadere onderbouwing, maar deze bepaling heeft naar het oordeel van de Geschillenbeslechter slechts tot doel een (beperkt) tekort aan informatie of onderbouwing aan te vullen en niet om een volledig gebrek aan onderbouwing te herstellen. Een en ander klemt temeer nu Eiseressen zich hebben voorzien van professionele juridische bijstand.

De vordering komt de Geschillenbeslechter in het licht van het bovenstaande op dit onderdeel ongegrond voor, hetgeen de Geschillenbeslechter ertoe dwingt de vordering niet toe te wijzen ondanks het niet indienen van een Verweerschrift door Verweerder.

C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw

Ten overvloede zal de Geschillenbeslechter nog ingaan op het derde onderdeel van artikel 2.1 van de Regeling.

Eiseressen stellen op grond van artikel 2.1.c van de Regeling dat de Domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. Ook hier geldt dat het enkel stellen door Eiseressen dat hiervan sprake is, onvoldoende is. Op grond van artikel 2.1.c en artikel 3 van de Regeling rust op Eiseressen (een redelijke) bewijslast om aan te tonen dat de domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. Artikel 3.2 van de Regeling geeft hiervoor enkele voorbeelden:

“a. de domeinnaam is hoofdzakelijk geregistreerd of verworven om deze voor een bedrag dat hoger is dan de registratiekosten te verkopen, verhuren of anderszins ter beschikking te stellen aan de eiser of een van diens concurrenten;

b. de domeinnaam is geregistreerd om de eiser te beletten deze te gebruiken;

c. de domeinnaam is hoofdzakelijk geregistreerd om activiteiten van eiser te verstoren;

d. de domeinnaam is of wordt gebruikt om commercieel voordeel te behalen door internetgebruikers naar een website van de domeinnaamhouder of een andere online locatie te leiden, met gebruikmaking van de verwarring die kan ontstaan met het merk, de handelsnaam, de persoonsnaam, de naam van een Nederlands publiekrechtelijke rechtspersoon of de naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting. De hierboven genoemde verwarring betreft bijvoorbeeld de oorsprong, de sponsoring, het verband met of de goedkeuring van de website of ander online locaties(s) van de domeinnaamhouder of van producten of diensten op zijn website of een andere online locatie.”

Eiseressen hebben ook hier hun stelling in het geheel niet gemotiveerd of onderbouwd terwijl de Regeling duidelijk aangeeft dat Eiseres bewijs moet aanvoeren. De Geschillenbeslechter verwijst naar hetgeen hieromtrent is overwogen bij het tweede onderdeel.2

De vordering komt de Geschillenbeslechter derhalve ook voor wat betreft dit onderdeel als ongegrond voor, hetgeen de Geschillenbeslechter ertoe dwingt de vordering niet toe te wijzen ondanks het niet indienen van een Verweerschrift door Verweerder.

 

7. Uitspraak

Het voorgaande maakt duidelijk dat de vordering niet kan worden toegewezen nu deze op twee onderdelen (in het geheel) niet onderbouwd is en de vordering zodoende als ongegrond voorkomt. Nu Eiseressen niet hebben voldaan aan de minimale motiveringsvereisten op grond van de Regeling (bijvoorbeeld onder verwijzing naar relevante uitspraken onder de vergelijkbare UDRP), dient de Geschillenbeslechter artikel 7.4 van de Regeling toe te passen. Zelfs indien de Geschillenbeslechter zich in feite geen inhoudelijk oordeel heeft kunnen vormen over het geschil (en aan deze uitspraak dus ook geen inhoudelijke conclusies moeten worden verbonden), komt de Geschillenbeslechter uit op een afwijzing van de vordering als de juiste beslissing onder de Regeling.

De Geschillenbeslechter wijst de vordering af.


Willem J.H. Leppink
Geschillenbeslechter

Datum: 8 mei 2008


1 Artikel 4.1.a van de Regeling maakt duidelijk dat de model-eis en de daarin vervatte instructies deel uitmaken van de Regeling waaraan partijen moeten voldoen. Met betrekking tot artikel 2.1.b van de Regeling bepaalt de model-eis: “Geef gemotiveerd aan dat de domeinnaamhouder geen recht of legitiem belang bij de domeinnaam heeft en overleg de bewijzen hiervan”.

2 Zie voetnoot 1. Met betrekking tot artikel 2.1.c van de Regeling bepaalt de model-eis: “Geef gemotiveerd aan waarom de registratie en/of gebruik van de betreffende domeinnaam te kwader trouw is en overleg de bewijzen hiervan”.